Informatie : Tibet

Het dak van de wereld

Men noemt Tibet wel eens het “Dak van de wereld”. Hoewel het land lange tijd, en zelfs voor een deel nu nog, zo afgelegen en ontoegankelijk was, heeft het steeds tot de verbeelding gesproken van Westerse toeristen. Het land heeft ondanks de Chinese kolonisatie toch zijn eigen charme en authenticiteit kunnen bewaren.

historic map

Geschiedenis

Het Tibet van de Yarlung-koningen

Tibet is een land met een rijke geschiedenis. Ze begint in de 2de eeuw voor Christus bij Nyatri Tsanpo, koning van Tubo. Er zijn echter weinig betrouwbare historische bronnen over die periode. Het Boeddhisme zou Tibet voor het eerst bereikt hebben in de 5de eeuw.

Vanaf die periode zijn er veel meer gedetailleerde feiten over het land bekend. In de 6de eeuw hadden de heersers van Yarlung hun rijk enorm uitgebreid. Het overgrote deel van Centraal-Tibet viel zo onder hun bewind. Het ging zelfs zo goed dat men even later een ambassadeur in China kon installeren. Tibet groeide in die eeuw nog verder uit en er werden grote stukken van China veroverd. Het Tibet van de 6de eeuw strekte zich uit over Turkestan, Noord-Pakistan, Nepal, delen van Noord-India en China. Het Boeddhisme werd verspreid (hoofdzakelijk door de Indiase Boeddhist Padmasambhava) en het eerste Tibetaanse klooster werd gebouwd in de omgeving van Samye. Monniken begonnen er religieuze geschriften vanuit het Sanskriet naar het Tibetaans te vertalen.

De periode van de koningen liep tot 842; er kwam een einde aan toen de laatste koning, Langdharma, werd vermoord omdat hij zich tegen het Boeddhisme kantte. Het Boeddhisme was in het begin immers geen populaire godsdienstige stroming en moest constant tegen de stroom in varen. Vanaf datzelfde jaar werd de macht in Tibet verdeeld onder lokale heersers. De grote veroveringen in Centraal-Azië en China gingenverloren.

Vanaf de 10de eeuw begon het Boeddhisme aan een opmars, in tegenstelling tot China, India en Nepal. In die landen nam de invloed van het Boeddhisme sterk af. Tibet werd het opmerkelijkste Boeddhistische land van de wereld. Er werden meer belangrijke kloosters gebouwd. In Centraal-Tibet kreeg de orde van de Sakya, een van de vier religieuze scholen, veel macht.

Torso Tara

Tibet onder Mongoolse heerschappij (1239-1358)

1239 was het jaar waarin het land onder Mongoolse heerschappij viel. De Mongool Godan Khan veroverde delen van Tibet en plunderde dorpen en steden. Maar de Sakya’s lieten een diepe indruk na op Khan, waardoor hij hen al snel als vazallen liet heersen over Centraal-Tibet. Na de val van de Mongoolse keizers, die ook China in hun macht hadden, kregen zowel Tibet als China hun onafhankelijkheid terug.

Tibet en de Dalai Lama’s (1358-1720)

In 1358 werden de Sakya’s verjaagd door Changchub Gyaltsen, maar de keizer bleef nog tien jaar lang stand houden. Changchub werd in 1368 de eerste nieuwe koning van Tibet. Een nieuwe religieuze orde liet haar invloed gelden, de Gelugpa-orde. Ze werd gesticht door Tsongkhapa. Dalai Lama zal de meest gekende figuur hier zijn. Een lama is een Tibetaans religieus leraar (te vergelijken met een goeroe dwz een spirituele leraar of gids, niet perse een monnik of een non). De term kan ook gebruikt worden als eretitel voor een monnik, non, of leek, omwille van een of andere grote geestelijke realisatie.

Aan het einde van de 16de eeuw werd Gelugpa de belangrijkste school van het Tibetaans Boeddhisme door de benoeming van de Dalai Lama als geestelijk en politiek leider van Tibet. Die toestand bleef quasi onveranderd tot de Chinese invasie in 1959.

Tot 1720 kende Tibet zes Dalai Lama’s. Tijdens de periode van de Dalai Lama’s probeerden zowel Mongolië als China invloed uit te oefenen op Tibet door middel van de religieuze leiders. De vijfde leider, die men de “Grote Dalai Lama” noemde, was de bekendste. Toen hij in 1682 stierf, slaagden zijn persoonlijke adviseurs erin zijn dood 15 jaar geheim te houden. Zijn opvolger had echter meer aandacht voor vrouwen en alcohol dan voor politiek. Hij stierf onder verdachte omstandigheden; een nieuwe Dalai Lama werd als vazal van de Mongoolse heerser ingezet. De Tibetanen en Mongolen, die de Dalai Lama als hun geestelijke leider aanschouwden, waren hiermee niet tevreden. De Djoengaren, een Mongoolse stam, zetten de Dalai Lama af en doodden de Mongoolse leider Lhabzang Khan. Toen Keizer Kangxi (die keizer werd gekroond op 7-jarige leeftijd) zijn leger op Lhasa, de regeringsplaats van de Dalai Lama’s, afstuurde, namen de Chinezen de gevluchte zevende Dalai Lama mee en werden aanzien als bevrijders.

Tibet en de Mantsjoes (1720-1911)

Keizer Kangxi was een lid van de Qing-dynastie. De Mantsjoes veroverden China, stootten de Ming-dynastie van de troon en stichtten de Qing-dynastie die aan de macht bleef tot 1912 (Chinese revolutie).

De Mantsjoes benoemden twee vertegenwoordigers (ambans) in Lhasa. Zij moesten voortaan de politieke beslissingen in Tibet goedkeuren en beslisten over de opvolging van de Dalai Lama. Als de Dalai Lama overleed, diende een pasgeboren kind als opvolger gevonden te worden. Er werd dus een regent aangesteld zolang de Dalai Lama minderjarig was. Die regenten hielden echter liever zelf de touwtjes in handen zodat de meeste Dalai Lama’s in de Mantsjoeperiode vermoord werden voordat ze volwassen waren. Pas na 1800 verzwakte de Chinese invloed. Tibet kon zich wat loswrikken uit de Chinese machtsgreep. De regenten van Tibet kregen wat meer macht tot 1895 wanneer de 13de Dalai Lama aan de macht kwam. Deze voerde een pro-Russische en anti-Britse politiek en hoopte op die manier helemaal van China los te komen. De Britten probeerden negen jaar later de Dalai Lama gevangen te nemen door de stad Lhasa te bezetten. Dit mislukte omdat de Dalai Lama naar Mongolië was gevlucht. Met de regent, die er wel was, sloten de Britten een handelsverdrag. Dit was een verdrag dat gesloten werd als tussen twee onafhankelijke staten. De Chinezen verzetten zich daartegen.  De Russen van hun kant werden in de Russich-Japanse Oorlog (1903-1905) geëlimineerd. Tibet had op dat moment geen enkele strategische waarde meer voor Groot-Brittannië. Daarom werd het Brits-Russisch-Chinees verdrag getekend waarin China suzerein over het protectoraat Tibet werd. Noch Rusland noch Groot-Brittannië konden nog invloed op Tibet krijgen. De Chinezen maakten hier gebruik van en zetten de Dalai Lama af, maar de Chinese keizer werd kort daarna vermoord. De Dalai Lama kwam naar Lhasa terug, maar moest even later naar India vluchten. In 1911 verklaarden Tibet en Mongolië zich onafhankelijk van China in het Verdrag van Urga.

Onafhankelijkheid (1911-1950)

Tot 1950 was de invloed van China quasi nihil in Tibet. Het land was in deze periode een onafhankelijke theocratie (een staatsvorm met de godheid als gezagsdrager). De kloosters waren belangrijke centra van studie en bleven meestal grootgrondbezitters, maar het land werd moderner en kwam in aanraking met een aantal Westerse uitvindingen zoals de telegraaf en postzegels.

De huidige Dalai Lama werd geïnstalleerd in 1933. Maar in 1949 kwamen in China Mao Zedong en de communisten aan de macht.

Inval, bezetting en onderdrukking (1950-1976)

Het kleine, slecht bewapende Tibetaanse leger kon geen weerstand bieden tegen het Chinese Rode Leger dat in 1950 binnenviel. Tibet reageerde door de macht ineens aan de - toen 15 jaar oude - Dalai Lama over te dragen. De Verenigde Naties reageerden niet omdat ze niet in het Chinese vaarwater wilden belanden. De jonge Dalai Lama stuurde gezanten naar Peking die een overeenkomst tekenden: Tibet zou voortaan integraal deel uitmaken van China. De Dalai Lama fungeerde als vazal van China. De Volksrepubliek China hield staande dat ze het Tibetaanse volk wilde bevrijden uit de greep van de grootgrondbezitters (kloosters en landeigenaren). Toen, tijdens rellen in 1959, de Dalai Lama probeerde te vluchten naar India en de overeenkomsten met China ongeldig verklaarde, werden de Chinezen pas echt woest. De rellen werden hardhandig onderdrukt. China ontbond de Tibetaanse regering. Van toen af waren er constant militairen aanwezig en werd het volk te werk gesteld. Tot in de jaren ’70 voerden de Tibetaanse rebellen (geholpen door de CIA) strijd met het Chinese leger. Het Tibetaans Boeddhisme en het Bön worden tot op de dag van vandaag onderdrukt!  Nog veel erger was dat de Chinezen oplegden dat in Tibet tarwe en rijst moest worden geteeld. Het klimaat in Tibet is daar niet voor geschikt zodat al snel hongersnoden uitbraken.

Tibet werd in 1965 op administratief opgedeeld zoals dit nog steeds het geval is. Het centrum, zuiden en westen vallen onder de Autonome Regio Tibet. Het noorden valt onder de nieuw uitgevonden provincie Qinghai. De provincies Sichuan en Yunnan liggen in het oosten. Door deze opsplitsing woonden 2/3 van de Tibetanen buiten de Autonome Regio.

In de tien jaar daarop werd tijdens de Culturele Revolutie alles wat nog overbleef aan Tibetaanse cultuurschatten vernietigd. Vele monniken en nonnen werden vermoord, gemarteld en tot seksuele betrekkingen met elkaar gedwongen. Kloosters werden helemaal vernield. Boeddhistische geschriften werden verbrand of gebruikt als toiletpapier. Het grootste deel van Tibets culturele erfgoed is zo verloren gegaan.

Tibetaanse diaspora

Heel wat Tibetanen en haast alle leraren zijn toen het land uitgevlucht om een nieuwe leven in het buitenland te beginnen. Vandaar de groeiende populariteit van het Tibetaans Boeddhisme in het westen.

De tijd na Mao (vanaf 1976)

Na de dood van Mao in 1976 werden beetje bij beetje de Tibetaanse gebruiken opnieuw toegestaan. Er was opnieuw wat vrijheid. Een jaar later nodigden de Chinezen de Dalai Lama en de gevluchte Tibetanen uit terug te keren naar hun thuisland. De afvaardiging, gestuurd naar China door de Dalai Lama, schreef een uiterst negatief rapport. De Tibet-politiek werd door de Europese Unie, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en verschillende mensenrechtenorganisaties meermaals veroordeeld.

Een belangrijk onderdeel van de Chinese annexatiepolitiek was het toejuichen van de instroom van etnische Han-Chinezen (de grootste etnische groep Chinezen). Het was voor hen voordelig naar Tibet te verhuizen omwille van de lage belastingen. Ook de eenkindpolitiek - van kracht in China - gold niet in Tibet.

In 1986 liet men voor het eerst buitenlandse toeristen in Tibet komen, maar sindsdien probeert China nog zoveel mogelijk te bepalen waar de toeristen komen. Dit lukt immers niet altijd.

Ondertussen was de Dalai Lama een internationale figuur geworden. Vanuit Dharamsala in India leidde hij de Tibetaanse regering in ballingschap. In 1989 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede omdat hij steeds de toestand van zijn volk onder de aandacht bracht.

De huidige situatie

tibetans

China stuurt nog steeds Han-Chinezen naar de Autonome Regio Tibet. Er worden ook grote investeringen gedaan vanuit China; zo werd de Peking-Lhasa-spoorweg in gebruik genomen in 2006. Echter, het overheidsgeld dat ter beschikking wordt gesteld in Tibet, dient voornamelijk om aan de behoeften van de Han-Chinezen tegemoed te komen. De autochtone Tibetanen zijn meestal arm en vaak werkloos. Nomadische Tibetanen zijn voorbestemd om als boer te leven.

Tibet heeft veel grondstoffen die momenteel gedolven worden. In de laatste tien jaar werden wat kloosters herbouwd. Er mag slechts een klein aantal monniken wonen, die streng in het oog worden gehouden door Chinese militairen. De monniken worden onderworpen aan strenge regels vanuit Peking. Ze mogen bijvoorbeeld geen foto van de Dalai Lama bij zich hebben om de Westerse toeristen niet te kunnen vertellen hoe wreed de Tibetanen behandeld werden. De weinige vrijheid die ze hebben is hen door China verleend. De Volksrepubliek China beweert nog steeds dat Tibet altijd al een deel van China is geweest.

Dalai Lama

Enkele jaren geleden waren 2/3 van de politieke gevangen in China Boeddhistische monniken. Regelmatig vinden politieke gevangen de dood in de Chinese gevangenissen. In 1995 werd door de Dalai Lama een 6-jarige Panchen Lama aangesteld. Deze heeft als functie de nieuwe Dalai Lama aan te duiden. Echter, de Panchen Lama werd ontvoerd door China. In zijn plaats stelden de Chinezen door loting een nieuwe Panchen Lama aan. Tegenwoordig streeft de Dalai Lama niet meer naar een onafhankelijk Tibet, maar naar een echt autonoom gebied binnen China, waar het voor de Tibetanen goed is om leven en waar ze hun religie vrij kunnen beoefenen.

Vlag

Oppervlakte

Tibet heeft een oppervlakte van 1.246.000 km². Dat is 1/8 van het totale grondopppervlakte van China.

Klimaat

De uitzonderlijke ligging van Tibet bepaalt het klimaat: het land ligt in de regenschaduw van de Himalaya en gemiddeld op een hoogte van 4000m. In de winter is het zonnig en droog, maar erg koud. In de zomer is het warm, maar met meer regen en bewolking.

Fauna en flora

De fauna in Tibet is niet erg divers. In Centraal-Tibet komen in de zomermaanden vogels voor. In het westen leven antilopen en herten. In heel Tibet leven er jaks, traditionele runderen. Voor de Tibetanen is de koekoek de koning onder de vogels.

koekoek

Er zijn verschillende florazones door het hoogteverschil. De hooggelegen gebieden zijn bijna kaal. Er groeit enkel wat gras. In Centraal-Tibet groeien wilgen en wilde bloemen op de rivierbeddingen. De laagst gelegen gebieden zijn bosachtig. De hoogste berg ter wereld, de Qomolangma (Mount Everest) ligt op de grens tussen Nepal en Tibet.

Boeddhisme

prayflags

Gebedsvlaggetjes

Buiten hangen de Tibetanen gekleurde gebedsvlaggetjes. De vlaggetjes verkleuren door weer en wind. De Tibetanen geloven dat de wind de gebeden naar alle windstreken van de wereld zendt. Voordat ze verkleuren wordt iedereen er aan herinnerd dat alles in de wereld vergankelijk is.